Samenwerking in de Jeugdzorg

Uit ArenaWiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Advertentie Arena Consulting.jpg

In de komende jaren wordt jeugdzorg overgeheveld van provincies naar gemeenten. Gemeenten worden per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdzorg. Gemeenten moeten een samenhangend aanbod voor hun cliënten creëren. Vormen van samenwerking zijn nodig. Bijvoorbeeld omdat de schaalgrootte van de meeste gemeenten te beperkt is voor inkopen van zorg. Maar ook op andere onderdelen is samenwerking nodig of wenselijk. In de transitie en transformatie van de Jeugdzorg onderscheiden we vier vormen van samenwerking:


Inhoud

Bovenlokale samenwerking in voorbereidingsproces

Alle Nederlandse gemeenten werken op – veelal regionaal niveau – samen in het vormgeven van het transitieproces. Gezamenlijk trekken de gemeenten op en volgen ongeveer hetzelfde ontwikkelingspad (onderzoek, analyse, meningsvorming en prioritering). Op deze wijze kan tijdens de rit door gemeenten afzonderlijk worden besloten waar samenwerking na de transitie gewenst/noodzakelijk is, dan wel op basis van regelgeving aangewezen (verplichtend) is.De VNG heeft in 2012 een 'verkenning' uitgevoerd naar de stand van zaken van bovenlokale samenwerking rond de transitie jeugdzorg. Hieruit blijkt het volgende:

  • Alle gemeenten in Nederland maken deel uit van een regionaal samenwerkingsverband waarin de transitie jeugdzorg, inclusief de vormgeving van bovenlokale samenwerking, wordt voorbereid.
  • Er is een landelijk dekkende infrastructuur van 40 regio’s. Deze omvang en bestuurlijke vormgeving van deze regio’s is nu nog divers en in deze fase (in vrijwel alle gevallen) ook nog zonder zware juridische structuur.
  • Binnen deze regio’s wordt op dit moment samengewerkt in termen van beleids- en besluitvoorbereiding.
  • Dit betekent niet dat alle onderdelen van de jeugdzorg (inkoop, opdrachtgeverschap) uiteindelijk ook op deze schaal zullen worden opgepakt. De kleinere regio’s (tussen 150.000-250.000 inwoners) geven in de uitvoeringsprogramma’s zelf al aan dat voor de inkoop van dure vormen van zorg opgeschaald zal worden naar de meest geëigende schaal. Definitieve keuzes worden pas gemaakt wanneer het wetgevend kader in grote lijnen duidelijk is.
  • De meeste provincies zijn betrokken of nemen (op verzoek van gemeenten) het voortouw bij het opstellen van een gezamenlijke visie. In sommige provincies doen de gezamenlijke gemeenten dat in samenspraak met de instellingen, in andere provincies is de route dat door de gemeenten eerst een bestuurlijke visie wordt vastgesteld, die dan vervolgens met de instellingen samen zal worden uitgewerkt.


Bovenlokale samenwerking in uitvoering van gedecentraliseerde Jeugdzorg

De samenwerking kan variëren tussen het alleen gezamenlijk (technisch) inkopen van gespecialiseerde zorg tot het voeren van integraal beleid op basis waarvan alle zorgvormen gezamenlijk worden ingekocht. De samenwerkende gemeenten zullen een keuze moeten maken voor de gewenste samenwerkingsintensiteit, -vorm en verdeelmodel (solidariteitsprincipe of gebruiksprincipe). In de Transitieagenda zijn de volgende uitgangspunten/criteria opgenomen voor de samenwerking:

  • Taken op het terrein van jeugdbescherming en jeugdreclassering worden op bovenlokaal niveau georganiseerd en uitgevoerd door gemeenten (verplicht).
  • Gezien de benodigde uitvoeringskracht (deskundigheid, de beperkte omvang van sommige doelgroepen en de schaal waarop sommige gespecialiseerde jeugdzorgvoorzieningen zijn georganiseerd) is het van belang dat gemeenten op bovenlokaal niveau afspraken maken over de financiering van de verschillende vormen van zorg. Het gaat hierbij in ieder geval om alle vormen van residentiële zorg en het aanbod van specialistische zorg voor jongeren met een licht verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek.
  • Voor de taken en functies van het huidige Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wordt, gezien de benodigde deskundigheid en de samenhang met de taken en functies in het gedwongen kader, geadviseerd om deze op bovenlokaal niveau te organiseren.
  • Tevens wordt geadviseerd aansluiting te zoeken bij de taken en functies in het kader van geweld in afhankelijkheidsrelaties (Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld (ASHG)) die ook op bovenlokaal niveau zijn georganiseerd. In het wetsvoorstel verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is de verplichting opgenomen dat het AMK en de ASHG gaan samenwerken. Voor zowel de aanpak van kindermishandeling als de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties is dezelfde meldcode van kracht.
  • Er komen landelijk dekkende afspraken tussen gemeenten over de uitvoering op bovenlokaal niveau van de hiervoor genoemde taken en functies op het terrein van jeugdzorg. Deze landelijke dekking is in het Bestuursakkoord 2011 - 2015 als randvoorwaarde opgenomen.
  • Bij het maken van afspraken tussen gemeenten over de bovenlokale uitvoering van taken wordt rekening gehouden met en zo mogelijk aangesloten bij andere relevante samenwerkingsverbanden, zoals de GGD-regio’s, de veiligheidsregio’s, de regio’s in het passend onderwijs en de regio’s in het kader van werken naar vermogen. De buitengrenzen van de verschillende samenwerkingsverbanden zijn bij voorkeur hetzelfde.
  • Gemeenten maken, voor de taken die zij bovenlokaal uitvoeren, afspraken over de wijze waarop zij de financiering van het zorg- en ondersteuningsaanbod organiseren en de financiële risico’s (zoals de financiering van dure vormen van zorg en ondersteuning) onderling verdelen.
  • Het is in eerste instantie aan gemeenten om te bepalen op welke schaalgrootte zij de uitvoering bovenlokaal gaan organiseren.
  • De gemeenten dragen er zorg voor dat er tijdig afspraken worden gerealiseerd over de bovenlokale uitvoering van taken. De afspraken moeten uiterlijk een jaar voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet gereed zijn. Op het moment dat de wet in werking treedt moeten de afspraken over de bovenlokale uitvoering van taken operationeel zijn.
  • De samenwerkende gemeenten worden ondersteund door de VNG en BZK. De VNG komt in 2012 met een brief over de randvoorwaarden voor bovenlokale samenwerking. BZK zal gemeenten ondersteunen bij de vormgeving van de bovenlokale uitvoering van taken.
  • Indien blijkt dat de afspraken over bovenlokale uitvoering van taken tussen gemeenten niet tijdig worden gerealiseerd in bepaalde regio’s, treedt het rijk met de VNG in gesprek om te bezien wat er moet gebeuren om de bovenlokale uitvoering van taken tot stand te laten komen. Conform het Bestuursakkoord 2011 - 2015 kan het Rijk indien gemeenten uiteindelijk geen passende invulling aan de uitvoering hebben gegeven, bepalen hoe dat toch georganiseerd zal worden.


Samenwerking vanuit Centrum voor Jeugd en Gezin

Elke gemeente moet uiterlijk in 2012 over een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) beschikken. In de nieuwe Wet Zorg voor Jeugd wordt vastgelegd dat gemeenten zorg moeten dragen voor een herkenbare en laagdrempelige plek van waaruit een aantal basisfuncties van ondersteuning en zorg worden aangeboden. Het Rijk schrijft niet voor hoe elke gemeente het begrip Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) moet invullen. Bij de doorontwikkeling van het CJG stelt het Rijk zich voor dat het CJG in elk geval voorziet in een aantal taken, te weten:

  • Monitoren, screenen en vaccineren;
  • Ondersteuning, voorlichting, advies en informatie;
  • Zoveel mogelijk zelf bieden van hulp en bij complexe of specialistische hulpvragen hulp inschakelen in een zo vroeg mogelijk stadium;
  • Integrale zorg rondom het gezin organiseren (bijvoorbeeld door inzet van een gezinscoach volgens één gezin, één plan, één regisseur);
  • Samenwerking met onderwijs; Kortom, het CJG speelt een centrale rol in de uitvoering van de gedecentraliseerde jeugdzorg. Op welke wijze dit exact wordt vormgegeven en hoe omvangrijk de rol van het CJG wordt, zal nader uitgewerkt moeten worden. Een specifiek vraagstuk hierbij is de positie en de rol van het bureau Jeugdzorg. De denklijn voor het CJG is de volgende:
  1. Meer hulpverlening vanuit het CJG: Het Rijk staat een stelsel voor ogen, waarbij ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen omgeving van het kind en het gezin wordt geboden. Het CJG helpt bij een snelle diagnose, geeft advies en ondersteuning en voorkomt dat problemen onnodig verergeren.
  2. CJG schakelt zo nodig specialistische zorg in: Verreweg de meeste ondersteuning bieden de CJG medewerkers zelf, maar ze moeten op basis van hun professionele deskundigheid en ervaring ook in staat zijn in te schatten wanneer specialistische hulp nodig is.
  3. Relatie tussen CJG en functies van het AMK: Professionals van het CJG zien veel ouders en kinderen en hebben de taak om dreigende problemen te signaleren. Het is echter belangrijk dat het CJG zijn laagdrempelig karakter behoudt. De meld- en adviesfunctie op het gebied van kindermishandeling wordt belegd bij gemeenten die dat (bovenlokaal) gaan organiseren, in samenhang met het Steunpunt Huiselijk Geweld en het Veiligheidshuis. Als hulp op vrijwillige basis de uitkomst is, dan wordt dat via het CJG in werking gezet
  4. Samenwerking CJG met scholen: Met het invoeren van een nieuw stelsel voor Passend Onderwijs wordt samenwerking tussen scholen en zorg nog belangrijker dan voorheen. De samenwerkingsverbanden voor Passend Onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs dienen hun zorgplannen af te stemmen met gemeenten. Medewerkers van het CJG bieden op school ondersteuning en dragen bij aan het terugdringen van schoolverzuim en schooluitval. Het toekomstige CJG, het Wmo-loket en het Werkplein zijn allen gemeentelijke instanties waar jongeren terecht kunnen voor bepaalde vormen van hulp en ondersteuning. Daar waar mogelijk dienen deze plekken goed met elkaar èn met de school verbonden te zijn. Een verbinding die onder regie van de gemeente tot stand moet komen.
  5. Samenwerking met Veiligheidshuizen: In het Veiligheidshuis werken verschillende instanties samen aan een integrale, probleemgerichte aanpak van complexe veiligheidsproblematiek. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. Voor wat betreft de verbinding met de zorg voor deze groepen is het belangrijk dat waar nodig hulp en ondersteuning vanuit het CJG beschikbaar is voor de doelgroep van het Veiligheidshuis en dat CJG en Veiligheidshuis nauw samenwerken.


Samenwerking tussen zorgaanbieders

Ook de markt van zorgaanbieders zal veranderen. Hoe zal afhangen van hoe het wettelijk kader Zorg voor Jeugd er uit komt te zien en hoe de opstelling van gemeenten zal worden. Bij de samenwerking tussen zorgaanbieders zijn twee vraagstukken van belang:

  • Regionale samenwerkingvormen (of fusie) tussen zorgaanbieders van verschillende deelsectoren of binnen dezelfde deelsectoren. De eerste vorm draagt meer bij aan het garanderen van een integraal jeugdzorgpakket dan de tweede samenwerkingsvorm. Samenwerking (of fusie) binnen dezelfde deelsectoren zal voor deze organisaties voorts veelal grotere werkgebieden betekenen.
  • Een samenwerkingsvorm met een constructie per regio van één hoofdaannemer met verschillende onderaannemers of een (regionaal werkende) bedrijfscoöperatie tussen zorgaanbieders vanuit de verschillende deelsectoren. Gemeenten kopen dan niet in bij een hoofdaannemer maar bij de gezamenlijke coöperatie.


Meer informatie

Persoonlijke instellingen