Samenwerking in Werk & Inkomen

Uit ArenaWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

De komende jaren krijgen gemeenten te maken met nieuwe en grote uitdagingen op het terrein van werk en inkomen. De invoering van de participatiewet (vermoedelijk per 1/1/2015) met bijbehorende financiële taakstellingen zijn hierin een belangrijke impuls.


Inhoud

Participatiewet en Sociaal Akkoord

Wie kan werken, hoort niet afhankelijk te zijn van een uitkering. Maar mensen met een bijstandsuitkering of met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking kunnen vaak moeilijk werk krijgen. Daarom neemt het kabinet-Rutte-Asscher maatregelen om deze mensen vooruit te helpen. De nieuwe regels staan in de Participatiewet. In de Participatiewet voegt het kabinet de Wet werk en Bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong samen. De Participatiewet moet nog verder worden uitgewerkt. In het gesloten Sociaal Akkoordzijn reeds andere accenten in de voorstellen van de Participatiewet doorgevoerd.

Samenwerking Wet werk en Bijstand

In Nederland is een lange traditie van gemeentelijke samenwerking op het terrein van de uitvoering van de Wwb. In veel regio’s zijn intergemeentelijke Sociale Diensten hiermee onder andere belast. Veel meer informatie is te vinden op de site van Divosa. Divosa is de Nederlandse vereniging van gemeentelijke managers op het terrein van participatie, werk en inkomen.

In Nederland werken 107 gemeenten met een of meer buurgemeenten samen in een intergemeentelijke sociale dienst. Het actuele overzicht is te vinden op de Regioatlas.nl.

Samenwerking Participatiewet

Met de komst van de Participatiewet ontstaat er één regeling voor grote delen van Werk & Inkomen. Onderdeel van de nieuwe regeling is de uitvoering van Wet sociale werkvoorzieningen (Wsw). In Nederland zijn 89 SW-bedrijven – veelal regionaal georganiseerd – die belast zijn met de uitvoering van de Wsw. De participatiewet zal naar verwachting een impuls geven aan integrale samenwerking op het terrein van Werk & Inkomen waarbij de mogelijkheden worden afgetast om sociale diensten en SW-bedrijven te integreren. Hier ontstaan regionale Werkorganisaties of Brede Sociale Diensten waarbij in sommige gevallen ook de uitvoering van de Wet inburgering (Wi) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in worden ondergebracht.

In West-Friesland is het voornemen van 7 gemeenten en het SW-bedrijf om een Werkorganisatie te formeren die verantwoordelijk wordt voor:

  • Re-integratie: Het begeleiden en ondersteunen van werkzoekenden bij het vinden en behouden van werk. Denk hierbij onder andere aan het uitvoeren van een beroepskeuzetest, het onderzoeken van de verdiencapaciteit, de uitvoering van een sollicitatietraining, ondersteuning bij het starten van een eigen bedrijf, het volgen van een taalopleiding, het lopen van een werkstage met behoud van uitkering, het uitvoeren van een tegenprestatie, beschut werk, regulier werk met een loonkostensubsidie, coaching op de werkvloer, aanpassen van de werkplek etc. Tot de re-integratie behoort ook het wijzen op en eventueel ontheffen van de verplichtingen van de werkzoekende en het in voorkomende gevallen handhaven van die verplichtingen.
  • Inkomensverstrekking: Hiertoe wordt gerekend het verstrekken van een uitkering levensonderhoud (Wwb, Ioaw, Ioaz, Bbz) en alle stappen die daarmee samenhangen, van het ontvangen en beoordelen van de aanvraag, naar besluitvorming daarover tot en met administratie en daadwerkelijke uitbetaling van de uitkering. Tot de uitkeringsverstrekking behoort ook het uitvoeren van controle op de rechtmatige verstrekking van de uitkering, sociale recherche, het handhaven daarvan en het uitvoeren van terugvordering en verhaal. Daarnaast hoort hierbij ook het verstrekken van salaris aan mensen die een dienstverband hebben op grond van de cao Wsw.
  • Werkgeversdienstverlening: Dit omvat de dienstverlening die gericht is op de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Deze omvat onder andere het verzamelen van arbeidsmarktinformatie, het in beeld hebben van concrete plaatsingskansen (al dan niet gesubsidieerd), het onderhouden van relaties met werkgevers, het organiseren van werkstages, het organiseren van leer/werkarrangementen in samenwerking met werkgevers, tegenprestatieplekken, het bieden van een no-riskpolis, het leveren van voor- en nazorg rondom plaatsingen en het onderhouden van interne relaties om aanbod en vraag te kunnen matchen.


Samenwerking SW-bedrijven (Werkbedrijven)

In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat gewerkt wordt aan de vorming van ‘ 35 regionale werkbedrijven uit de huidige SW-bedrijven. Deze bedrijven worden verantwoordelijk voor het aan het werk helpen van Wsw’ers en Wajongers. Deze werkbedrijven zijn gelinkt aan de arbeidsmarktregio’s maar hebben geen rol in de bemiddeling van WWB’ers. De meeste SW-bedrijven zijn op de schaal van de Wgr-regio’s georganiseerd. Met het voornemen om 35 regionale werkbedrijven te formeren, leidt dit een andere schaal (Veiligheidsregio) en lijken daarmee een barrriere op te werpen voor regionale samenwerking (Wgr-regio) op het terrein van Werk & Inkomen. Lijken, want de Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) ziet niets in een compleet nieuwe infrastructuur. De huidige sociale werkplaatsen (sw-bedrijven) hoeven niet te fuseren tot de 35 werkbedrijven, maar de nieuwe werkbedrijven kunnen als netwerkorganisaties gaan functioneren. Klijnsma wil dat de werkbedrijven de schakel vormen tussen de werkgever en de mensen met een arbeidsbeperking. Per arbeidsmarktregio moeten de partners heel goed kijken naar hoe in die regio beschut werk het beste kan worden vormgegeven, vindt de Staatssecretaris. ‘Het is echt aan gemeenten zelf om de vorm te bepalen. Dat is in de ene regio anders dan in de andere regio.’

Samenwerking in regio's, tussen gemeenten is essentieel, benadrukt Klijnsma. ‘Als je als gemeenten de handen niet ineen wilt slaan, wordt het helemaal niets. En werkgevers kunnen oprecht niet met die 408 gemeenten afzonderlijk in conclaaf. Het is nu aan gemeenten om samen met die werkgevers in de context van het werkbedrijf te kijken wat, waar wordt neergelegd.'

Persoonlijke instellingen