Frictie en desintegratiekosten

Uit ArenaWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Als een organisatie deelneemt aan een op te richten samenwerkingsverband dan brengt deze organisatie de taken met bijhorende middelen (en eventueel medewerkers) in bij de samenwerkingsorganisatie. Als gevolg hiervan kan deze organisatie te maken krijgen met kosten als gevolg van de ontvlechting van deze taken en medewerkers. De omvang hiervan en de berekeningswijze is in beginsel voor elk van de deelnemende partijen aan het samenwerkingsverband anders, omdat elke organisatie eigen systematieken kent voor doorbelasting, tariefstelling e.d. Het vaststellen en oplossen (vinden van dekking) is bij voorkeur dan ook een verantwoordelijkheid van elke individuele organisatie.


Ontvlechtingskosten

De ontvlechtingskosten bestaan uit personele frictiekosten (kosten die kunnen ontstaan door de organisatieverandering en betrekking hebben op boventallig personeel binnen het taak-/beleidsveld) en desintegratiekosten (de doorbelaste kosten die doorlopen voor de ‘latende’ organisaties nadat de taken zijn overgedragen; dit wordt ook wel ‘doorlopende overhead’ genoemd zoals huisvesting, ICT, kosten van ondersteunende diensten).


De mate waarin de ontvlechtingskosten daadwerkelijk aan de orde zijn, hangt van een groot aantal factoren af en is ook beïnvloedbaar. Zo kan bijvoorbeeld de personele frictie beïnvloed worden door herschikking van de werkzaamheden binnen de organisatie of wijziging van het in te brengen takenpakket in het samenwerkingsverband. Frictie en desintegratiekosten kunnen ook beinvloed worden door samenwerkingsprincipes te hanteren die ervoor zorgen dat deze kosten beperkt of niet voordoen. Te denken valt aan (gedeeltelijke) detachering, onderlinge verdeling van de ondersteunende taken e.d.

Personele frictiekosten

De personele frictie kan bestaan uit:

  • Boventallig primair personeel: Aandeel van de uitvoerende medewerkers waarvan de taak is overgeheveld naar de samenwerkingsorganisatie maar de betreffende medewerker binnen de eigen organisatie blijft (en daarmee een deel geen taak meer heeft). Ervaring bij andere samenwerkingsorganisaties laat een rekengetal zien van 5% tot 10% boventalligheid in primair proces.
  • Boventallig decentrale personele overhead: Aandeel van het management en ondersteuning (bv administratie) van het primaire proces dat te maken krijgt met vermindering van werkzaamheden als gevolg van inbrengen van de taken in de samenwerkingsorganisatie maar zelf binnen de eigen organisatie blijft. Ervaring bij andere samenwerkingsorganisaties laat een rekengetal zien van 5% tot 10% boventalligheid in management en ondersteuning van het primair proces.

Gangbaar uitgangspunt voor de verdere berekening van de personele frictiekosten is afbouwen in 2 jaar (100% van de loonkosten en 50% van de loonkosten in het 2e jaar).

Desintegratiekosten

De desintegratiekosten kunnen bestaan uit:

  • Materiele overhead: kosten die blijven ‘doorlopen’ terwijl de dekking verdwijnt als gevolg van de inbreng van taken in de samenwerkingsorganisatie. De toerekening van de materiele overhead aan het in te brengen takenpakket dient in beeld te worden gebracht in euro. Ervaring bij andere samenwerkingsorganisaties laat een richtlijn zien van afbouw in 3 jaar (jaar 1: 100%, jaar 2: 67%, jaar 3: 33%).
  • Personele centrale overhead: idem als decentrale personele overhead; betreft hier in de personele ondersteuning vanuit afdelingen als financiën, personeelszaken e.d. De toerekening van de personele centrale overhead aan het in te brengen takenpakket dient in beeld te worden gebracht in fte’s en vervolgens in loonkosten. Rekengetal is 5% tot 10% boventalligheid in personele centrale overhead. Ervaring bij andere de samenwerkingsorganisaties laat een richtlijn zien van afbouw in 3 jaar (jaar 1: 100%, jaar 2: 67%, jaar 3: 33%).
Persoonlijke instellingen